De tekstschrijver die u zoekt
Wie is Eisso?

Eisso Post

Soms is een gewoon goede tekst eigenlijk niet goed genoeg. Dan is een sprankelende tekst geboden om uw lezers te overtuigen, of dat nu collega's, klanten, overheidsinstanties of krantenlezers zijn. En in dat geval is er een schrijver nodig

Zo'n schrijver is Eisso Post. Bovendien heeft hij kennis van, en belangstelling voor zeer uiteenlopende zaken, van kosmologie tot diergedrag. Dat dan weer indachtig een uitspraak van koningin Juliana: 'Eigenlijk is alles interessant'. Kortom: dé man om die tekst voor u te schrijven, of om uw eigen tekst om te werken tot iets nog mooiers dan u zelf al had gemaakt.

Wat doet Eisso Post?

Veelzijdige teksten

Eisso Post werd geboren in 1956. Hij studeerde Noors, Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen.


Een greep uit wat hij sindsdien deed: hij redigeerde teksten over opvoedingsinterventie, die verschenen in de boeken Opvoeding als evenwichtskunst en Stimulerend opvoeden; hij deed ook de redactie van een boek over dertig jaar welzijnswerk in Groningen: De baan van de slinger van Paul Stolk; daarnaast maakte hij persberichten voor de Rijksuniversiteit Groningen, vooral over dissertaties; hij schreef Het verhaal van Drenthe, een boek over de geschiedenis van deze provincie, een aantal artikelen voor o.a. het jeugdblad Kijk, en voor het GroenLinks Magazine vooral boekbesprekingen, interviews en verslagen van bijeenkomsten. Hierbij volgde hij geen enkele politieke lijn en had er juist plezier in, vaste overtuigingen van welke vleugel dan ook door elkaar te schudden; hij schreef en redigeerde o.a. folders, wervende brieven, verpakkingsteksten en speeches; behalve zakelijke teksten schreef hij korte verhalen en prozagedichten, die op verschillende plaatsen bekroond en gepubliceerd zijn.


Hij gaf ook les in het schrijven van verhalen en heeft dus ervaring met het snel en effectief beoordelen van andermans teksten. Elders op deze website is het een en ander van hem te lezen. Eisso's grote voorbeelden op het gebied van Nederlandse non-fictie zijn Midas Dekkers, Willem Wilmink, Govert Schilling en Hugo Brandt Corstius.

Portfolio

Diverse voorbeelden

Voorbeeld 1
Voorbeeld 2
Voorbeeld 3
Voorbeeld 4
Voorbeeld 5
Voorbeeld 6
Eerder verschenen in Kijk

BEGOOCHELAARS

op het podium en de tv?

De wereld heeft haar betovering verloren. Bliksem komt niet van de dondergod, de mens is bij toeval geëvolueerd, sterren zijn onaangenaam hete bollen in een onaangenaam koud niets. De wetenschappelijke benadering van de werkelijkheid heeft comfort en luxe gebracht. Maar ze bezorgt ons ook een koud en eenzaam gevoel. Er is niets buiten wat we waarnemen; we komen op de wereld, proberen het een tijdje zo leuk mogelijk te hebben en verdwijnen weer voorgoed. Geen wonder, dat veel mensen daar geen genoegen mee nemen en graag geloven in wonderen. En geen wonder, dat bedriegers van die behoefte profiteren om geld en roem te verwerven met hun zogenaamde wonderbaarlijke krachten. Maar het is toch bewezen dat er personen met bovennatuurlijke gaven bestaan? Dat is helemaal niet bewezen. Het is wel begrijpelijk dat mensen erin geloven, en niet alleen omdat ze troost zoeken in ons onverschillige heelal. Wonderdoeners op een podium of in sommige televisieprogramma‘s laten inderdaad verbluffende staaltjes zien. Je begrijpt niet hoe ze het doen zonder toverij te gebruiken. Eén bevolkingsgroep is niet onder de indruk: goochelaars. Wat paranormale sterren kunnen, kunnen zij ook en vaak beter. In de zeventiende eeuw al stelde een zekere Reginald Scott het eerste goochelboek aller tijden samen om het geloof in hekserij te ondermijnen. Ook nu neemt een goochelaar, James Randi, wereldwijd het voortouw bij het ontmaskeren van dit soort bedriegers. Natuurlijk valt niet te bewijzen, dat wonderen níet voorkomen. Wel kunnen voor schijnbaar bovennatuurlijke verschijnselen aardsere verklaringen gezocht worden. Die zullen niet iedereen overtuigen. Aanhangers van parapsychologie en andere bovennatuurlijke verschijnselen wijzen erop, dat in de gewone wetenschap de zaken zelden zo streng gecontroleerd worden. En ook daar is het niet zeker of je bedrogen wordt. Dat klopt ook wel en bedrog blijkt in alle wetenschappen voor te komen. Maar het verschil is, dat bij het voorkomen van echte paranormale verschijnselen de meest fundamentele natuurwetten op zijn kop gezet zouden moeten worden. Er zijn goede redenen om dat niet te snel te doen. Pas als alle andere mogelijkheden uitgesloten zijn, is het zinvol om te kijken of de uitgangspunten van ons wereldbeeld nog deugen. Het meeste gewone wetenschappelijke onderzoek heeft minder ingrijpende gevolgen en wordt daarom ook minder grondig getoetst. De emoties rond wonderen kunnen hoog oplopen. Sceptici kunnen het vaak niet verkroppen, dat verstandige mensen zich in de luren laten leggen door wat zij zien als puur boerenbedrog. Wie er wél in gelooft laat zich al dat moois niet afpakken. Misschien hoort het ook wel bij de mens, dat hij iets nodig heeft om in te geloven; of dat nou de Socialistische Heilstaat is, de Vrije Markt, wonderlijke krachten of kruidendrankjes. Kadertje: Buigende lepels en lopende horloges.



In de jaren zeventig werd de naam Uri Geller veel gehoord, en Geller was met zijn paranormale activiteiten vaak te gast in spectaculaire tv-shows. Hij nam altijd een bijzonder stroeve houding aan als iemand zijn gaven wilde testen in een omgeving waar hij niet alles naar zijn hand kon zetten. En inderdaad bracht hij er onder zulke omstandigheden weinig meer van terecht. Uri Geller werd vooral bekend, doordat hij zonder hulpmiddelen lepels kon buigen, en doordat hij, als hij op televisie was, in de huiskamer horloges die jarenlang stil hadden gestaan weer kon laten lopen. Beide prestaties lijken heel wat, maar pas op. Lepels zijn metaalmoe te maken door ze een paar keer heen en weer te buigen. Soms worden ze dan zo slap dat ze al bijna krom gaan hangen als je ze gewoon oppakt. Geller nam altijd zijn eigen lepels mee. Bovendien kon hij tijdens zijn optredens vaak, als even niemand oplette, een lepel snel buigen door erop te gaan zitten of hem ergens tussen te steken. Of hij vervolgens een lepel boog of een gebogen lepel tevoorschijn haalde het viel niemand echt op. De stunt met de horloges leek helemaal toverij. Honderden mensen wisten te vertellen, dat horloges die jarenlang kapot geweest waren weer liepen. En dat door de invloed van iemand, die er vanaf de televisie kracht op uitoefende! Maar ook dat is zo raar niet. Opwindhorloges, zoals iedereen in die tijd had, bleven vaak stilstaan, alleen doordat de olie stolde of doordat er stof in het uurwerk kwam. Als iemand het horloge opwond en op zijn hand legde werd het horloge warm en de olie vloeibaar. Als tienduizenden kijkers dit uitprobeerden, hoefde het maar bij een gedeelte zo te werken om tot een paar duizend weer lopende horloges te komen. Kadertje: Hypnose of poppenkast?



Sommige wonderdoeners, zoals in Nederland Rasti Rostelli (de podiumnaam van Roland van den Berg) kunnen zo te zien hypnotiseren. Rostelli laat in zijn show willekeurige mensen het podium opkomen. Die doen precies wat hij zegt, lijken te geloven wat hij ze laat geloven en waar te nemen wat hij ze laat waarnemen; en naderhand lijken ze alles weer vergeten te zijn. Helaas, dat laatste is met veel van hen niet het geval. Een van de podiumgangers, die de hele zaal in hun blootje leek te zien, verklaarde na afloop: ‘Ik zag niemand naakt. Je bent je aan het voorstellen hoe dat is‘. Ook spelen vaak hele andere dingen mee, als mensen zich later zogenaamd niets meer herinneren. Een jongen die een Chippendale-show had opgevoerd, verklaarde achteraf bijvoorbeeld: ‘Ik wil er eigenlijk niet aan terugdenken‘. De mensen op het podium voeren dus een soort toneelstukje op, precies het toneelstukje dat de ‘hypnotiseur‘ ze wil laten opvoeren. Dat lukt hem zo goed, omdat hij mensen uitkiest die de juiste fantasie en de juiste instelling hebben om met de poppenkast mee te doen. Een paar procent van de bevolking heeft een dergelijk inlevingsvermogen. Om te beginnen laat Rostelli de mensen op het podium in een vlam staren en de ogen sluiten. Ze mogen pas weer kijken als hij ze in het gezicht blaast. Toch fluistert zijn assistente de kandidaten toe: ‘Doe je ogen eens open‘. Wie dat dan doet wordt van het podium gestuurd. Echte gehypnotiseerden doen immers alleen wat de meester zegt. Verder vertelt Rostelli de hypnose-kandidaten, dat hun armen vanzelf in de lucht gaan zweven. Om op het podium te blijven zul je op dat moment je armen moeten optillen. Tenslotte krijgen degenen die nog overblijven een (niet al te zure) citroen te eten, met de mededeling dat ze een heerlijk sappige perzik te pakken hebben. Ook iedereen die bij deze maaltijd niet verzaligd genoeg kijkt kan weer gaan zitten. Een aardig staaltje mensendressuur. Maar echte hypnose kun je het niet noemen. Kadertje: Randi de strenge.



James Randi is een beroemde Amerikaanse goochelaar, en de schrik van veel pseudo-bovennatuurlijk-begaafden. Hij ziet er streng uit en in dit geval bedriegt schijn niet. Hij ontpopte zich als de grootste kwelgeest van Uri Geller. Bij zijn kruistocht tegen deze vermeende wondermens liet hij zelf meermalen in een overtuigende show zien wat een goochelaar allemaal vermag zónder bovennatuurlijke krachten. Zelfs verdedigers van Geller tot de laatste snik moesten toegeven dat ze zonder meer zouden hebben geloofd, dat ook Randi paranormaal begaafd was, als hij dat zou hebben beweerd. Ook liet Randi zijn harde aanpak los op de Fransman Jan-Pierre Girard. Die specialiseerde zich, eerst officieel als goochelaar(!), later ineens met bovennatuurlijke pretenties, in Geller-trucs, maar dan het grotere werk: staven buigen. Zijn staven werden op aandringen van Randi genummerd om verwisseling te voorkomen, en gestreept zodat draaibewegingen duidelijk zichtbaar zouden zijn. Vervolgens kreeg Girard ze niet meer krom. Randi dringt er als geen ander op aan, dat paranormale experimenten onder streng controleerbare omstandigheden worden uitgevoerd. Liefst met een paar goochelaars in de buurt. Hij heeft een miljoen dollar uitgeloofd voor iedereen die onder zijn voorwaarden een waarlijk paranormale gave weet te tonen. Tot nu toe heeft hij ze in zijn zak gehouden. Randi is een vooraanstaand lid van de vereniging CSICOP, die ook astrologen, wonderdokters en geestverschijningen kritisch onderzoekt. Hij reist de wereld rond met zijn vermakelijke Chimaera-lezing. Daarin laat hij zien hoe makkelijk een publiek voor de gek te houden is. Zo blijkt hij halverwege de lezing een bril zonder glazen te dragen, en is de microfoon vóór hem helemaal geen microfoon, maar heeft hij een klein microfoontje in zijn boord. Ook vertoont hij diverse goocheltrucs, waaronder een variant van de lepelbuigerij. Kadertje: Nog wat trucs



Op deze bladzijden hebben we al een aantal trucs uit de doeken gedaan. Maar wie de boel wil flessen heeft nog meer mogelijkheden:


het raden van wat er op een tekening staat. Een assistent van Uri Geller bekende naderhand, dat hij een keer de kamer van een tv-producer was binnengelopen om zo‘n tekening te bekijken, en aan Geller verklapt had wat erop stond. Een variant is het ‘doorkrijgen‘ van wat er op een tekening staat die in een gesloten envelop zit. Geller kreeg vaak langdurig de mogelijkheid, deze enveloppen te manipuleren. Maar de lijnen van een tekening zijn vaak door een envelop heen te onderscheiden, zeker als je hem tegen het licht houdt. Proefpersonen zonder speciale krachten wisten deze proef dan ook goed na te doen. Een kompasnaald laten bewegen ‘met een hoofdknik‘, ook een stunt van Geller. Hij bleek daarbij geen magneet in zijn haar of zo te verbergen. Maar of Geller onder tafel iets deed met een magneet in zijn schoen is niet onderzocht. In de tv-show van Ruud ter Weyden liet een paragnost alle aanwezigen iets op een briefje schrijven, dat dichtvouwen en in een grote vaas doen. Vervolgens hield hij een van de dichtgevouwen briefjes tegen zijn voorhoofd en vertelde wat erop stond. Daarna vouwde hij het open om te controleren of het klopte. Dat herhaalde hij met een nieuw briefje. Zo las hij een heel aantal dichtgevouwen briefjes. Het slimme van deze truc is, dat de helderziende maar één briefje stiekem van tevoren hoeft te hebben ingezien. Niemand had erop gelet of hij dat deed. Hij doet dan alsof hij dit eerste briefje door het papier heen leest, hij terwijl hij een nieuw briefje tegen zijn voorhoofd houdt. Vervolgens leest hij dit nieuwe briefje als hij het vorige zogenaamd controleert. Dit kan hij telkens herhalen, zolang hij maar aan niemand laat zien welk briefje hij eigenlijk in zijn hand houdt. Rasti Rostelli heeft een wel heel bijzondere hypnotische truc. Hij laat iemand een nat stukje aluminiumfolie vasthouden en vertelt hem dat het gloeiend heet wordt. Het slachtoffer gooit vervolgens het propje met een kreet van pijn op de grond. Geen wonder, want het propje is écht gloeiend heet, zoals Astrid Joosten verbaasd vaststelde tijdens een tv-show. Rostelli strooit stiekem natriumoxide (caustische soda) over het propje, zodat het gaat oxideren en er warmte vrijkomt. Een truc, die niet meer in goochelwinkels wordt verkocht omdat hij lelijke brandblaren kan veroorzaken. Maar ach, voor zo‘n show moet je wat over hebben.

Eerder verschenen in Cultimo, Gronings cultureel maandblad

DE YOGHURTS: VAN ROMMELPUNK TOT NACHTCLUBFOLK

Eisso post, schrijver

Folk is brave, ingetogen, handgebreide muziek. Wie dat beweert heeft de Yoghurts nooit horen spelen. Hun optredens kennen een levendigheid waar menig punk-techno-trash-deaf-bandje een punt aan kan zuigen. De Yoghurts zijn Monique Duran op gitaar, fluiten en stem, en Jan Klemens op gitaar, bassen en stem. Vaak worden ze begeleid door Wouter Veeman (mondharmonica, mandoline), soms door Merlijn van Weerd (viool). De CD A summer’s day, die afgelopen herfst uitkwam, is een prachtige afspiegeling van wat de Yoghurts op dit moment doen. Binnenkort brengen ze een wat traditionelere folk-CD uit.



Hebben jullie altijd al folk gespeeld?

J: ‘Monique wel, ik niet.’

M: ‘Jan liegt ook nooit.’

J: ‘Ik ben eigenlijk begonnen als punker, en later heb ik Heavy Metal gespeeld, maar de folk, met name de folk-rock uit de jaren ’70 is een van mijn grote liefdes.’

M: ‘Ik ben begonnen in New Wave, dat bandje heette Barfusz zur Hölle. Dat plofte dus uit elkaar. En toen zag ik op VERA Jan met zijn punkbandje, de Platjes. Dat was wel zo’n belachelijk zootje, daar wou ik ook aan meedoen! Daarna heb ik nog in allerlei dingetjes gerommeld. We hebben ook allebei in Henk Jan en de Vliegenvangers gezeten.’

J: ‘Dat doe ik nou ook weer, dat is een soort heavy folkband.’



De Yoghurts maken soms rare dingen mee.

M: ‘Laatst hadden we in Coevorden in de pauze striptease! En welk ander folkbandje speelt er in motorclubs?’

J: ‘Een voorbeeld van drie dagen Yoghurts: eerst in een bejaardentehuis, de tweede in een hardrockcafé in Friesland, dan het provinciehuis.’ Hoe komen jullie aan je repertoire?

J: ‘Zo’n dertig procent componeren we zelf. En er worden nummers voor ons geschreven. Roy Gullane van de Tannahill Weavers, een van de beste schotse folkbands, heeft twee nummers op onze laatste CD staan. Christiaan Coenraad schreef de laatste jaren de muziek voor Theater te water en doet dingen voor tv. Op de laatste twee CD’s staat een nummer van hem, het eerste komisch, het tweede een Tina-liedje over liefde voor paarden.’

M: ‘We zijn bewust veelzijdig. Zo gauw we in een keurslijf komen barsten we eruit.’

J: ‘Zo zou ik ooit nog Battle hymn van de heavy metal-band Man o’war op folkmanier willen spelen.’

M: ‘We komen veel op carbootsales in Engeland. Elpees voor 50p.’

J: ‘Ik koop me kapot aan songtekstboeken en elpees. Ik probeer onbekende dingen te zoeken. Op de laatste CD staan twee nummers van Songs of the Hebrides, een van de mooiste elpees die ik ken, twee jaar geleden in Wales voor 50p in zo’n dorpie gekocht.’



Beiden beschouwen de stem als hun favoriete instrument.

M: ‘We doen nu zo’n vijf nummers a capella. Maar ik zou niet meer willen. Dan moet je heel precies en heel netjes worden. Hoewel, als je de film Ronja de Roversdochter ziet, daar wordt ontzettend explosief en levendig a capella in gezongen.’ Wat is nou zo bijzonder aan folk?

J: ‘Het dichtbije, de buurman kan het zingen. Het is gewoon het leven. Rock’n roll is meer de duistere kant, waar niks mis mee is, maar folk vind ik het allemaal in zich hebben: melancholie, plezier, ellende, mooi weer, de lente. Het heeft ook te maken met mijn voorkeur voor echte muziek. Zo vind ik ook de opnamen van Alan Lomax geweldig. Die ging bijvoorbeeld met een microfoontje naar zuid-Texas en nam daar plaatselijke muziek op.’

M: ‘Op lieflijke wijze een verkrachting beschrijven, of iemand die zijn echtgenote een slootje in drukt. A summer’s day, de titelsong van onze laatste CD, gaat over een prachtig landschap en aan het eind wordt de haan opgegeten door een havik, zo vlak voor mijn neus. Dat is echt gebeurd, ja.’ Ook over andere nummers op de CD valt het nodige te vertellen.

J: ‘The night before Larry was stretched vind ik een van de mooiste Ierse nummers. Larry wordt de volgende dag gehangen, en dan komen zijn vrienden en er gebeuren allerlei dingen. Niet zulke schokkende dingen, hele kleine.’

M: ‘Het is heel menselijk beschreven. Niet het heroïsche gedeelte.’

J: ‘Another mile gaat erover dat ik in Ierland was, twee jaar geleden, en het was verschrikkelijk commercieel geworden, mooie weggetjes geasfalteerd, huizen in bungalowstijl gebouwd.’

M: ‘Toerisme maakt meer kapot dan u lief is.’



Het gesprek komt op hun nieuwe, meer ‘traditionele’ CD, met Merlijn, Wouter en Rop Haverkort.

J: ‘Je vindt er folkrock op, traditionele liedjes, nachtclubfolk met Rop Haverkort op piano en trombone. Normaal nemen we elk instrument apart op, hier zijn we heel bewust met vier mensen in een keer gaan opnemen. Het is veel spontaner en opener geworden.’

M: ‘En daardoor ook iets rommeliger, maar niet storend. Op deze CD spelen we in principe met zijn vieren. Ik denk dat het uiteindelijk toch weer op onze andere CD’s lijkt. We waren eerst bezig om het in de hoempa te trekken, en toen werden we er zelf misselijk van.’ Heel traditioneel zal de folk van de Yoghurts trouwens nooit gaan klinken.

J: ‘Op onze volgende CD’s gaan we denk ik nog meer met stemmen doen. En het lijkt me wel leuk om een keer pauken te gebruiken. In Eenrum zagen we een paukenist in een harmonieorkest, en ik heb die jongen gevraagd.’

M: ‘Als we af en toe een plakje ham op brood hebben ben ik al tevreden.’

J: ‘To hell with king Billy and God bless the pope.’

Eerder verschenen in GroenLinks magazine

TE MOOI OM WAAR TE ZIJN?

Eisso post, schrijver

Gelukkig hoeven we ons niet met de hele rijstebrijberg boeken over management bezig te houden, maar Semco-stijl is een andere zaak. De Braziliaan Ricardo Semler schijnt zijn bedrijf, Semco, in een uniek democratisch, mensvriendelijk én economisch succesvol concern veranderd te hebben. Brazilië‘s Ondernemer van het Jaar 1990, toegejuicht door groepen radicale arbeiders. Te mooi om waar te zijn dus, en dat maakt nieuwsgierig. Wordt ons hier net zo‘n bedrieglijke idylle voorgeschoteld als het China van Mao, het Samoa van Margaret Mead? Bestaat Semco echt, of is het boek een vermomde utopische roman?


Semlers verhandeling blijkt overtuigend en sympathiek, misschien wat popi geschreven te zijn. Weinig clichématig gejubel, veel concrete voorbeelden van veranderingen binnen Semco-afdelingen, vaak op initiatief van groepen werknemers. Behalve hiërarchieën zijn ook bureaucratie, uiterlijk vertoon en tijdverslinders als lange vergaderingen en zakenlunches tot een minimum teruggebracht – en niemand mist ze. Alle informatie is voor iedereen beschikbaar.


Gelukkig zijn er ook redenen tot kritiek. Zo juicht Semler over werknemers die uit zichzelf nachtenlang overwerken. Is dat dan zijn doel? Zelf heeft hij het bestaan van een workaholic al jaren verlaten. Ook is duidelijk dat veel mensen graag bij Semco willen werken. Heeft dat niet tot gevolg dat Semler de beste krachten om zich heen kan verzamelen en de rest aan de genade van autoritaire werkgevers overlaat? Over armoedebestrijding en milieubehoud staat weinig in het boek, maar de Semco-stijl is er niet direct mee in strijd. Semler raadt de lezer trouwens af zijn ideeën letterlijk over te nemen. Elke groep mensen, elk land heeft een andere cultuur die om andere oplossingen vraagt.


Dit boek is een aanrader voor iedereen die zich met arbeidsverhoudingen en democratisering bezighoudt. Of die denkt dat menswaardige omstandigheden en succesvol ondernemen ten koste van elkaar moeten gaan.


Ricardo Semler, Semco-stijl. Uit het Engels vertaald. Amsterdam (Forum)1993. 293 pag., f 25,-

Fragmentjes uit Het verhaal van Drenthe

HET MEISJE VAN YDE

Eisso post, schrijver

Een van de meest tot de verbeelding sprekende veenlijken uit Drenthe werd in 1897 bij toeval gevonden in een klein veentje bij Yde, door de veenarbeiders Emmens en Barkhof. De baggerbeugel ging zo zwaar door het veen, dat een van beide juist opmerkte: 'De duvel haal' den vent die dat gat heeft gegraven'. Op hetzelfde moment verscheen er een zwart hoofd met rossig haar boven de modder. De twee arbeiders dachten dat de vloek effect had gehad en zetten het op een lopen. Die dag kregen ze geen hap of slok meer door hun keel. In de krant stond dat zulke lijken niet snel vergingen en dat dit er dus wel 'menig dozijn jaar' kon hebben gelegen, ook omdat er niemand in de buurt vermist was. J.G. Joosting van het Asser Museum schatte de leeftijd eerst op zes eeuwen, maar sprak later van 'een Germanenlijk'. Onderzoek op stuifmeel, dat aan de voeten van het veenlijk kleefde, duidde erop dat het tussen de tweede en vijfde eeuw na Christus gestorven moest zijn. Maar de C14 methode, gebaseerd op de aanwezigheid van een bepaald type koolstof in organisch materiaal, wees een nog oudere datum aan: het begin van de jaartelling. Tijdens, en meteen na het ophalen is veel van het lijk vernield. Nieuwsgierigen hebben stukken losgetrokken en weggehaald, voor het definitief in het museum in Assen terechtkwam. Toch is het een van de grote publiekstrekkers van dat museum, en toch zijn we veel over het lijk te weten gekomen. Liefhebbers van de prehistorie kunnen zich bij hun onderzoeksmethoden geen al te groot conservatisme veroorloven. De modernste computermethoden, zoals driedimensionale scanning, helpen mee om de leeftijd van prehistorische mensen te bepalen zonder hun overblijfselen te vernielen. Het veenlijk uit Yde was een meisje van zestien, aan de kleine kant ook voor de tijd waarin ze leefde: een meter veertig, en met een kromgegroeide rug. De Engelse deskundige Richard Neave heeft een reconstructie van haar gezicht gemaakt, die waarschijnlijk behoorlijk goed klopt. Ze is gewurgd en met een mes in de hals gestoken. Waarom juist zij in het veen is terechtgekomen is niet duidelijk. De meeste veenlijken waren volwassen mannen.



'HOL DIT VEUR JOU'

Dan weer wordt van Drenten verteld dat ze zuinig en geldbelust zijn, dan weer dat ze geld niet zo belangrijk vinden en nauwelijks economische overwegingen kennen in hun doen en laten. Dat laatste idee komt naar voren in het verhaal over stadhouder Willem V en het oude Drentse vrouwtje. Op zijn reis door Drenthe hoorde de stadhouder, dat er in een dorp een vrouw van tachtig jaar woonde, die nog vlas spon zonder bril. Hij bezocht haar en werd zo vriendelijk door haar ontvangen, dat hij haar enige goudstukken aanbood. 'Hol dit veur jou,' was haar reactie, 'jou hoesholding is groter dan miene, ik heb mien doaglieks brood'. De prins vond dat zo bijzonder, dat hij haar vanaf dat moment jaarlijks een som geld liet uitbetalen.

VRIENDELIJKE BOEREN

Aan het eind van de negentiende eeuw geloofden ook in Drenthe niet veel mensen meer aan toverij. Als er al over betoverde melk of boter gesproken werd, was er geen sprake van een heks die er de schuld van kreeg. Toch wisten een paar melkboeren in Meppel in 1887 rond te vertellen, dat de melk van een collega 'beteuverd' was. Het zou onmogelijk zijn haar te karnen. Als gevolg waren er nog maar weinig mensen die de 'beteuverde melk' wilden kopen. Geen nood, de andere boeren waren wel zo vriendelijk, de melk van hun collega voor een zacht prijsje over te nemen. Vervolgens verkochten ze die weer door aan hun klanten. Voor de normale prijs natuurlijk.

HET ZOORHOLT

Als een jongen de verkering uitmaakte en binnen het jaar met een ander trouwde, was het voor de dorpsjeugd wel duidelijk: het eerste meisje was onvruchtbaar geweest. Reden om alle mogelijke rommel naar haar huis te verslepen en er een stuk dood hout bij te zetten, in oude kleren gestoken. Dat hout werd het zoorholt, het dorre hout genoemd. Een vrouw die geen kinderen kan krijgen was daar immers heel goed mee te vergelijken. Als dank voor deze ceremonie moest het meisje daarna ook nog eens de hele club op spijs en drank trakteren. Hieruit blijkt wel, dat niet alle oude volksgebruiken aardig en charmant waren.

LAWAAISCHOPPERS

Het aantal hanenkraaiverenigingen is de laatste jaren helaas drastisch teruggelopen. Een dergelijke vereniging heeft meer aan lawaaischoppers dan aan rasdieren. De regels van een hanenkraaiwedstrijd zijn in een paar woorden uit te leggen: de haan die tijdens de twintig minuten durende wedstrijd het vaakst kraait heeft gewonnen. De hanen worden tot grote prestaties opgezweept door er een hen bij te zetten. De enige nuance is, dat er aparte competities bestaan voor oude en jonge hanen. Maar vergis je niet - zo'n wedstrijd is een serieuze zaak. Eigenaars en toeschouwers houden zich twintig minuten muisstil, want de hanen reageren vooral op elkaar. Gepraat of gestommel van derden kan dan de hele boel bederven.

DE NIEUWE STREEKDRACHT

Een niet helemaal geslaagde poging om Drentse streekcultuur nieuw leven in te blazen was de invoering van de vernieuwde Drentse streekdracht. Het Drents Genootschap was zich ervan bewust, dat de traditionele klederdracht in deze tijd niet meer 'lekker zat', maar vond het jammer dat de streekdracht helemaal dreigde te verdwijnen. In 1950 benoemde het een kostuumcommissie om een nieuwe klederdracht te ontwerpen. Overigens was dit geen typisch Drents initiatief: ook in andere regio's, en in Zwitserland en Scandinavië, werden zulke pogingen ondernomen. In 1953 werden vijf proefkostuums gepresenteerd op een persconferentie in Assen. Er werd ook een modeshow gehouden. Volgens een enquête zag 83% van de Drentse vrouwen het kostuum wel zitten. In de daaropvolgende jaren kwamen er patronen te koop, waarmee de Drentse vrouwen zelf hun klederdracht konden vervaardigen. In 1956 droegen in totaal 37 Drentse vrouwen het nieuwe streektenue. Achttien daarvan konden de goedkeuring van de commissie niet wegdragen, omdat ze kunststof hadden gebruikt om het te maken.



DIOMEDES, KONING DER BISTONEN

Midden in de vooruitgangsroes van de jaren '60 leek Assen, het verlichte Drentse Haagje nota bene, eventjes teruggeworpen in de tijd van de glende kerels en de witte wieven. Er waarden spoken rond in de Drentse hoofdplaats! In het algemeen werd enkelvoudig gesproken over het spook van Assen. Landelijke bladen en zelfs het Duitse Express berichtten erover, aan de hand van ooggetuigenverslagen maakten ze reconstructiefoto's. Het spook zou een zwart masker dragen en rondrijden in een witte Taunus. Op sommige plaatsen in de stad was een bliksemteken aangebracht, met daaronder de naam: Diomedes. Diomedes was de koning der Bistonen in het oude Thracië, die zijn paarden mensenvlees te eten gaf. Rond de Troelstralaan werd 's avonds gepatrouilleerd, en kleine kinderen durfden niet te gaan slapen. Maar in de verhalen was soms sprake van meer spoken. Kinderen vertelden dat ze niet naar school hadden kunnen gaan, omdat ze door hele drommen spoken waren ingesloten. Over de precieze hoeveelheid spoken waren de meningen verdeeld. Een versie was, dat het er vier waren: 'een witte, een zwarte, een zwart-witte en een wit-zwarte'. Zoals wel vaker met legenden en volksverhalen bevatte ook deze overlevering een kern van waarheid. Drie MULO-leerlingen, geïnspireerd door de populaire televisieserie Het spook van het Louvre, en door wat ze op school over Diomedes hadden gehoord, hadden de geruchten in de wereld gebracht en waren zelf verbaasd van het effect. Weinig volwassenen in Assen zullen aan een spook hebben geloofd dat iets anders was dan een verkleed persoon. Toch is het interessant om te zien, hoe gretig sommige mensen zich midden in een rationalistisch tijdperk lieten meeslepen door een geheimzinnig verhaal, dat zo'n smalle basis had in de feiten.



HET KOMMUNIKASIE-WIEKEND

Eind jaren '60, begin jaren '70 was Gerrit Grolleman burgemeester van Assen. Hij kreeg dus te maken met de hippe Drentse jeugd en met het jeugdcentrum Rammenask, dat nogal omstreden was bij de burgerij. Achteraf weet hij daarover te vertellen: 'Ik had negatieve dingen gehoord over Rammenask en ik ging daar 'ns kijken om een indruk te krijgen. Nou, ik had van mijn kinderen wel gehoord over drugs, maar ik wist niet hoe het rook en hoe het eruit zag. Na afloop van het gesprek in Rammenask ging ik naar de raadsvergadering. Zei een van de jongere raadslieden: Burgemeester, u ruikt zo naar hasj.' Rammenask was nog wel om andere redenen een heet hangijzer. Zo hing er achter de bar geen portret van koningin Juliana, maar van de Russische anarchist Michael Bakoenin. Reden voor het stichtingsbestuur om een vergadering te beleggen. Zou de gemeente, de subsidiegever, dat eigenlijk wel goed vinden? De slotsom van de vergadering was, dat de gemeente dat helemaal niet goed hoefde te vinden. Maar de undergroundjeugd was wel zo verstandig om zich soms ook van een andere kant te laten zien. In de kerstvakantie van 1971 organiseerden Brandpunt, de Enk, Rammenask en de Kolk samen een dag voor basisschoolleerlingen. In Rammenask konden die zich verkleden als hippies, kabouters en elfjes. Verder waren er films, quizzen en een maaltijd. Er kwamen driehonderd kinderen en ze vonden het prachtig. Het krantenartikel hierover, en over de kerstherberg van de Christelijke Scholengemeenschap, besluit enigszins cryptisch: 'Het kommunikasie-wiekend van het open jeugdcentrum Rammenask is niet helemaal geworden wat men ervan had verwacht. Een belangrijke dwarsligger was een bepaalde communicatiestoornis. De organisatoren gaan grondig zoeken naar de oorzaak om herhaling te voorkomen.'



PAS OP!

Natuurbescherming is soms lastig. Originele oplossingen kunnen dan uitkomst bieden. Een paadje door de heide naar de Kraloose plas werd in de jaren '60 wat erg vaak gebruikt. Voor het ecosysteem van het voedselarme watertje, toen in eigendom van het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, werd gevreesd, maar het was ook niet goed mogelijk om er permanente bewaking bij te zetten. Gelukkig liepen er weinig mensen meer over het paadje, toen er - overigens naar waarheid - een bordje bij geplaatst was: 'Pas op, Adders!'

CUISINE SAUVAGE

Spanje is berucht om zijn stierengevechten, in delen van Afrika wordt de faraonische besnijdenis nog uitgevoerd, op Borneo snellen ze koppen, en typisch Nederlands is de prak. Nederlanders zijn trouwens ook het enige volk dat een abstract schilderij mooier vindt dan een landschapje met een bergmeertje. Het kan niet anders, of wij herkennen in die non-figuratieve kleurenpracht ons favoriete voedsel.


Wij hebben onze vork niet om mee te prikken maar om mee te prakken. Aardappels, groente en vlees dienen, vóór het nemen van de eerste hap, snel en gewelddadig veranderd te worden in een grauwe smurrie, liefst verdronken in een ruime hoeveelheid sju. Vette. Er zijn er die een kuiltje in het midden maken, zodat de sju in een vijvertje komt, maar dat is niet verplicht.


De geschiktste groenten voor dit doel zijn bloemkool en spruitjes, die gaan vrijwel zonder protest op in het grote geheel. Hardere koolsoorten zijn daarentegen juist het moeilijkst, maar mits fijn genoeg gesneden voldoen ook zij prima in de praktijk. Het vlees zou eigenlijk elke dag gehakt moeten zijn, maar de gevorderde prakkers draaien hun hand ook niet om voor verschillende soorten worst.


Deze gevorderde prakkers (meest mannen uit de kleine middenstand) kunnen tevens in tien tellen een genadeloze prak maken zonder rond hun bord te morsen. Beginnelingen (vooral kinderen van beiderlei kunne) hebben vaak evenveel prak buiten als binnen de rand van hun bord liggen. Volwassen vrouwen prakken nauwelijks en zijn dus eigenlijk een beetje on-Nederlands.


In verband met ons prakken wordt wel gezegd, dat Nederland nu eenmaal geen eetcultuur heeft. Geen eetcultuur! Terwijl de vreemdeling tientallen ingrediënten al bij voorbaat in één pot gooit, is de Nederlander met zijn vork een doe-het-zelver. Op zijn bord klontert hij de uiteenlopende bestanddelen van zijn maaltijd aaneen tot een moeras van holistisch culinair genot: in ieder hapje, hoe klein ook, zit van alles een beetje. Zijn internationaal vermaarde vermogen om zompige gronden te bedwingen zet zich aldus voort in de vorm die zijn gastronomische genoegens aannemen.


Interessant is hierbij de vraag naar de toekomst van de prakcultuur in het licht van de multiculturele samenleving. Ook in het meest leerstellige prakgezin schijnt tegenwoordig wel eens wat anders op tafel te komen dan aardappels, vlees en groente. De benadering van het voedsel blijft evenwel dezelfde. En dus valt in deze huiskamers te aanschouwen, hoe geharde prakveteranen een rijsttafel tot een vormloze hete bruinigheid omtoveren, of, als ze eens Noordafrikaans eten, de couscous, de kikkererwten, de courgette, de kool en de kip samen tot een onbestemde klei pletten. Dat is pas cuisine sauvage.

VERPAKKINGSTEKST

Eisso post, schrijver

Met deze groenhanger maakt u uw omgeving een stuk groener! U kunt er namelijk op allerlei plaatsen planten of kruiden in laten groeien. De groenhanger hangt heel goed aan een pergola, maar ook een balkon is een ideale plek om er een of meer aan te brengen. Verder kunnen groenhangers aan een tak of een lantaarnpaal bevestigd worden, op terrassen geplaatst – noem maar op. Vanzelfsprekend kunt u uw groenhanger met bloemen vullen, zoals fuchsia, vlijtig liesje of Oost-Indische kers; maar ook voor eetbare waar als aardbeien, kruiden en kerstomaatjes is hij geschikt. En in het koude seizoen hoeft hij niet leeg te staan; dan kunnen er bijvoorbeeld uitstekend planten met kleurige besjes in. Deze groenhanger is gemaakt van transparant, hoogwaardig plexiglas. Dit geeft een heel bijzonder effect: met name achter een raam lijken uw planten wel te zweven!

Contact mogelijkheden

Voornaam

Achternaam

Telefoon

Email

Contact formulier

Heeft u vragen, opmerkingen, of wilt u een order plaatsen. Gebruik dit formulier en wij nemen contact met u op!

Uw bericht